Archives

Posted by on

AFLOSSEN BELASTINGSCHULDEN IVM CORONA

  • SANEREN OF DOORGAAN ?

Recent verscheen in het nieuws het bericht dat het afgelopen jaar ruim 250.0000 ondernemers een schuld bij de Belastingdienst hebben opgebouwd. Uit de cijfers van het Ministerie van Financiën volgt dat deze schuld samen goed is voor 16 miljard euro.

Bij veel ondernemers leeft de vraag onder welke voorwaarden zij straks de schulden bij de Belastingdienst kunnen aflossen en wat de oplossing is als zij hun belastingschuld niet kunnen aflossen binnen 36 maanden. Ik zal daarom de huidige steunmaatregelen in het kader van bijzonder uitstel van betaling op een rijtje zetten.

Aflossen per 1 oktober 2021

Per 1 juli 2021 eindigt een verkregen bijzonder uitstel van betaling en moeten de (nieuwe) betalingsverplichtingen (vooralsnog) tijdig worden voldaan. Vanaf 1 oktober 2021 dient te worden gestart met het aflossen van de opgebouwde belastingschuld(en).

De Belastingdienst stuurt uiterlijk 31 september 2021 alle ondernemers een brief met een voorstel voor een betalingsregeling voor de openstaande belastingschulden. De betalingsregeling wordt afgegeven voor de duur van 36 maanden; van 1 oktober 2021 tot en met 1 oktober 2024. Binnen deze termijn moet de volledige belastingschuld worden afgelost. Het is uiteraard ook mogelijk om de opgebouwde belastingschuld eerder af te lossen. De datum van 1 oktober 2021 is wel gebaseerd op de huidige lockdown. Een verlenging van de huidige lockdown zou ervoor kunnen zorgen dat de startdatum wordt opgeschoven.

Voorwaarden bij een betalingsregeling

Bij het toekennen van een betalingsregeling, kan de Belastingdienst voorwaarden stellen. Aan het verlenen van een betalingsregeling stelt de Belastingdienst in ieder geval de voorwaarde dat de belastingschuldige nieuw opkomende fiscale en andere financiële verplichtingen (waarvan de invordering aan de Belastingdienst is opgedragen) bijhoudt.

De Belastingdienst kan, als de verplichtingen niet (tijdig) worden nagekomen, de betalingsregeling intrekken. De Belastingdienst moet dan wel eerst de belastingschuldige nog de mogelijkheid geven om zijn verplichtingen na te komen. Gebeurt dat niet of lukt dat niet, dan kan de Belastingdienst de betalingsregeling intrekken. Tegen deze beslissing kan binnen tien dagen administratief beroep worden ingesteld. Gedurende de behandeling van het administratief beroepschrift, mogen geen invorderingsmaatregelen worden getroffen.

Wijst de Belastingdienst het administratief beroepschrift af, dan kan alsnog na 14 dagen door de Belastingdienst over worden gegaan tot invordering van de belastingschulden. Dat kan uiteindelijk leiden tot hoge betekeningskosten van dwangbevelen en zelfs beslaglegging. De enige oplossing is dan nog om een klacht in te dienen bij de Nationale Ombudsman of naar de civiele rechter te stappen.

Saneringsverzoek als mogelijke oplossing

Het is nog onduidelijk of dat deze (standaard)voorwaarden ook zullen worden gesteld bij de betalingsregeling van 36 maanden. Door de coronacrisis zullen ondernemers hun liquide middelen hebben gebruikt om het hoofd boven water te houden en/of zelfs nieuwe schulden aan te gaan. Het zal dan een onmogelijke opgave zijn om zowel de opgebouwde schuld af te lossen én daarnaast de lopende verplichtingen bij te houden.

In de Kamerbrief van 21 januari 2021 is aangekondigd dat als een ondernemer de opgebouwde belastingschuld niet binnen 36 maanden volledig kan aflossen, een saneringsverzoek kan worden ingediend bij de Belastingdienst. Het uitgangspunt is dat wordt gewogen of de ruime terugbetalingsverplichting van 36 maanden niet al voldoende ruimte biedt.

De Belastingdienst zal de verzoeken met welwillende blik bekijken. Dat betekent dat de Belastingdienst bij twijfel een verzoek zal toekennen. Daarbij geldt wel het volgende:

  1. De Belastingdienst zal de levensvatbaarheid van het bedrijf aannemen als deskundige derden daarover al positief hebben geoordeeld (zoals een accountant of een bank); en
  2. De omstandigheid dat de ondernemer financiële middelen de afgelopen periode niet heeft gebruikt voor het voldoen van belastingschulden geen reden meer zal zijn voor afwijzing van het verzoek, behalve in gevallen van kennelijk misbruik.

Gevallen waarin sanering wenselijk is gelet op de levensvatbaarheid van het bedrijf, maar het beleid ondanks de soepele toepassing geen oplossing biedt, zullen centraal binnen de Belastingdienst worden beoordeeld. Maatwerk voor individuele situaties kan dan de oplossing bieden. Er zullen naar verwachting in het tweede kwartaal van dit jaar nadere richtlijnen worden gepubliceerd.

De minister van Financiën heeft op 14 april 2021 kenbaar gemaakt dat bedrijven niet hoeven te rekenen op kwijtschelding van belastingen. Het is volgens de minister de vraag of dat verstandig is. Kwijtschelding van belastingen als oplossing in het kader van de steunmaatregelen zit er voorlopig (nog) niet in.

Bron : Nextens

Posted by on

Belangrijkste Wetswijzigingen 2021

Belangrijkste Wetswijzigingen 2021

De Eerste Kamer heeft dinsdag ingestemd met het pakket Belastingplan 2021. Wat zijn de belangrijkste wijzigingen? Vooruitlopend op de goedkeuring door de Koning en de publicatie van de wet geeft het ministerie van Financiën alvast een overzicht van de belangrijkste wijzigingen in de belastingen per 2021.

Overdrachtsbelasting

Vanaf 2021 betalen woningkopers jonger dan 35 jaar, die een huis kopen en daar zelf in gaan wonen, eenmalig geen overdrachtsbelasting. Dat scheelt hen 2% van de aankoopprijs. Het kabinet wil daarmee de toegang voor starters tot de woningmarkt verbeteren. Vanaf 1 april 2021 geldt de aanvullende voorwaarde dat de woning niet duurder mag zijn dan € 400.000. Kopers van 35 jaar of ouder die in de woning gaan wonen betalen 2%. Andere kopers, zoals beleggers, gaan 8% betalen.

Sparen

Spaarders en kleine beleggers met een vermogen tot € 50.000 (of € 100.000 met fiscaal partner) betalen vanaf 2021 geen belasting meer over dat vermogen. Het tarief van de belasting gaat wel iets omhoog van 30% naar 31%. Het aantal kleine spaarders en beleggers dat box 3-belasting betaalt daalt hierdoor met bijna 1 miljoen mensen. En het betekent dat iedereen met spaargeld of belegd vermogen tot € 220.000 (of € 440.000 met fiscaal partner) daarover minder belasting gaat betalen.

Heffingskortingen

De verhoging van de arbeidskorting uit 2022 wordt een jaar naar voren gehaald. Deze verhoging komt bovenop een al eerder geplande verhoging voor 2021. De algemene heffingskorting gaat € 126 omhoog. In 2021 daalt het basistarief in de inkomstenbelasting van 37,35% naar 37,10%. Tot slot wordt ook de ouderenkorting verhoogd.

In 2021 gaat de maximale inkomensafhankelijke combinatiekorting (IACK) met € 66 omlaag naar € 2.815. Door een uitspraak van de Hoge Raad krijgt een ruimere groep co-ouders recht op de IACK. Om de IACK betaalbaar te houden, verlaagt het kabinet daarom eenmalig deze korting in 2021.

Belastingen voor het klimaat

Internationaal vliegen wordt in tegenstelling tot de auto, bus of trein nu niet belast, maar levert tegelijkertijd wel een bijdrage aan de (wereldwijde) uitstoot. Daarom wordt per 1 januari 2021 een vliegbelasting ingevoerd. Luchthavens zullen dan per passagier die vanaf een Nederlandse luchthaven vertrekt, de belasting aan de luchtvaartmaatschappij in rekening brengen. Het tarief van de vliegbelasting voor 2021 is nu na correctie voor inflatie definitief vastgesteld op € 7,845.

Ook de CO2-heffing voor de industrie gaat in. De heffing stimuleert bedrijven op verstandige wijze om te verduurzamen.

De overheid stimuleert milieuvriendelijker rijden. De CO2-grenzen en tarieven in de bpm voor personenauto’s worden per 1 januari 2021 aangescherpt passend bij de technologische ontwikkeling van personenauto’s.

Aanpak belastingontwijking

Het ministerie meldt dat belastingontwijking volgend jaar verder wordt aangepakt met de bronbelasting op rente en royalty’s in. Met deze bronbelasting van 25% worden betalingen naar landen die geen of te weinig belasting heffen door Nederland belast en wordt ook de doorstroom via ons land tegengegaan.

Meldingsplicht grensoverschrijdende constructies

Intermediairs zoals belastingadviseurs, accountants en financiële instellingen zijn vanaf 1 januari 2021 verplicht om grensoverschrijdende constructies die gebruikt kunnen worden om belasting te ontwijken bij de Belastingdienst te melden.

Beperking verliesverrekening

Volgens het ministerie gaan multinationals eerlijker worden belast, met oog voor het vestigingsklimaat. ‘Juist in economisch zware tijden is het belangrijk dat sommige bedrijven niet méér mogelijkheden hebben om hun belastingdruk te verlagen dan andere.’ Het verrekenen van verliezen bij bedrijven wordt daarom per 2021 beperkt.

MKB

Meer MKB-bedrijven gaan in de komende jaren het lagere vpb-tarief betalen. Vanaf 2021 geldt het lage tarief van 15% voor winsten tot € 245.000 in plaats van € 200.000.

Zelfstandigenaftrek

De zelfstandigenaftrek wordt de komende jaren stapsgewijs afgebouwd. Per 1 januari 2021 wordt de zelfstandigenaftrek daarbij verlaagd van € 7.030 naar € 6.670. Hiermee wil het kabinet de fiscale verschillen tussen zelfstandigen en werknemers kleiner maken.

BIK

Het kabinet wil bedrijven stimuleren om investeringen te doen met een nieuwe investeringskorting, de Baangerelateerde Investeringskorting (BIK). Deze tijdelijke regeling moet er voor zorgen dat bedrijven ook in deze tijden blijven investeren in bijvoorbeeld nieuwe machines.

De regeling geldt voor investeringen in 2021 of 2022. Bij grote investeringen in een jaar is de korting tot € 5 miljoen 3,9%, daarboven 1,8%. Bedrijven kunnen de investeringskorting verrekenen met de af te dragen loonheffing. De mogelijkheid om als fiscale eenheid gebruik te maken van de BIK, gaat pas later in. De Europese Commissie moet dit specifieke onderdeel nog goedkeuren. Als na deze goedkeuring de mogelijkheid om als fiscale eenheid gebruik te maken van de BIK gaat gelden, is dit met terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2021. Als die  goedkeuring onverhoopt niet komt, zullen de percentages van de BIK met terugwerkende kracht tot 1 januari 2021 worden verhoogd. Bij grote investeringen in een jaar wordt de korting tot € 5 miljoen in dat geval 5%, daarboven 2,08%.

Verhoging tabaksaccijns

Sigaretten, rooktabak en sigaren worden in 2021 duurder. Zo wordt een pakje van 20 sigaretten per 1 januari 12 cent duurder. Een pakje shag van 50 gram wordt per 1 januari 30 cent duurder.

Posted by on

NOW-regeling bekend, loket op 6 april open

De voorwaarden van de Tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid (NOW) zijn bekend gemaakt. UWV streeft ernaar dat bedrijven vanaf 6 april een aanvraag kunnen indienen. Bedrijven die aan de voorwaarden voldoen, kunnen binnen twee tot vier weken een voorschot verwachten.  

Bedrijven die gedurende drie maanden ten minste 20 procent omzetverlies hebben, kunnen hiermee vanaf 1 maart een tegemoetkoming van maximaal 90 procent van de loonsom krijgen naar rato van de omzetdaling. Bij een omzetverlies van 100 procent is dat 90 procent, bij bijvoorbeeld 50 procent omzetverlies wordt dat dan 45 procent van de totale loonsom. Voorwaarde is dat ze hun medewerkers hun reguliere salaris blijven doorbetalen en dat bedrijven tijdens de periode dat er subsidie wordt ontvangen geen aanvraag doen voor ontslag om bedrijfseconomische redenen.

Koolmees: “Ik doe een beroep op ieders morele verantwoordelijkheid om niet te frauderen. Het kabinet rekent op de goede wil van iedereen.”

Omzet

In de regeling spelen twee variabelen een grote rol: de omzet en de loonsom. Hoe hoger het omzetverlies, hoe hoger de tegemoetkoming in de loonsom voor de werkgever. Om de hoogte van het omzetverlies te bepalen, moeten werkgevers eerst hun totale omzet uit 2019 delen door vier. Zij vergelijken dat vervolgens met de omzet in maart-april-mei 2020. Maar soms is uitblijvende klandizie pas later terug te zien in de omzetdaling. Daarom kunnen werkgevers ook een periode aangeven voor de omzetvergelijking die één of twee maanden later start.

Als een bedrijf uit een aantal bedrijfsonderdelen (rechtspersonen) bestaat die samen een concern vormen, wordt de omzetdaling van het hele concern aangehouden. Anders kan de organisatie van het concern grote invloed hebben op de hoogte van de subsidie. En het kabinet vindt het daarnaast aan een concern om verantwoordelijk met medewerkers om te gaan als over het geheel genomen geen sprake is van een forse omzetdaling.

Loonsom

Voor de loonsom worden gegevens uit de loonaangifte bij de Belastingdienst gebruikt. Deze neemt UWV automatisch over. UWV neemt hierbij als grondslag het zogenaamde socialeverzekeringsloon. Hier komt voor alle bedrijven dezelfde opslag van 30 procent bovenop voor werkgeverslasten zoals de opbouw van het vakantiegeld, pensioen en de werkgeverspremies. Er zit daarnaast een maximum aan het loon per werknemer van 9538,- euro per maand. Salaris boven dit bedrag wordt niet gecompenseerd. Ruim 98,5 procent van de werkenden valt onder dit maximum.

De loonsom in de subsidieperiode wordt vergeleken met de loonsom van januari zoals bekend bij de Belastingdienst. Als die ontbreekt, wordt de loonsom van november 2019 genomen. Om calculerend gedrag te voorkomen, worden wijzigingen in de loonaangifte van januari die na 15 maart zijn doorgegeven, voor deze regeling niet meegenomen. Vanwege het belang van de loonsom voor de subsidie is het belangrijk dat werkgevers tijdig loonaangifte blijven doen bij de Belastingdienst.

Flexwerkers

Iedereen voor wie loonaangifte wordt gedaan en verzekerd is voor de WW, ZW of WIA, valt onder de loonsom waarvoor subsidie ontvangen kan worden. Ook het salaris van flexwerkers wordt gecompenseerd, er is geen onderscheid naar contractvorm. Het kabinet roept werkgevers samen met de werkgevers- en werknemersorganisaties op om, indien mogelijk, flexwerkers door te betalen. Als de loonsom krimpt omdat er minder mensen doorbetaald worden, daalt de tegemoetkoming mee. 

Aanvragen, voorschot en uitbetalen

UWV streeft ernaar om de regeling vanaf 6 april uit te voeren, maar is nog bezig met de laatste testen voor de uitvoering van de regeling. Naar verwachting gaat het loket bij UWV 6 april open. De aanvraagperiode loopt tot en met 31 mei 2020. Werkgevers geven bij de aanvraag de verwachte omzetdaling op. Als UWV positief oordeelt, keert UWV een voorschot van 80% uit. Dat gebeurt in drie termijnen. Het eerste deel van het voorschot wordt uitgekeerd binnen twee tot vier weken na de indiening van de aanvraag, al verwacht UWV dat dit voor de meeste bedrijven sneller kan. 

Binnen 24 weken na afloop van de periode waarover de NOW is toegekend, dient de werkgever vaststelling van de subsidie aan te vragen. In beginsel is hiervoor een accountantsverklaring vereist. Vervolgens zal UWV binnen 22 weken een eindafrekening doen. Die kan hoger of lager uitvallen dan bij de eerste opgave werd verwacht. Bedrijven met acute liquiditeitsproblemen kunnen worden geholpen met de andere maatregelen uit het noodpakket.

Tozo en Togs

Naast NOW-regeling zijn ook de voorwaarden voor de Tijdelijke Overbruggingsregeling Zelfstandige Ondernemers (Tozo) inmiddels gepubliceerd. Deze regeling ondersteunt zelfstandige ondernemers, onder wie zzp’ers, met inkomensondersteuning en bedrijfskrediet, zodat zij een betere kans hebben om hun bedrijf voort te zetten. De regeling wordt uitgevoerd door gemeenten en geldt vooralsnog tot 1 juni. Voor ondernemers die directe schade ondervinden van diverse kabinetsmaatregelen om het COVID-19 virus in te dammen is daarnaast de Togs geïntroduceerd. Languit: de Tegemoetkoming getroffen sectoren Covid-19. Gedupeerde ondernemers ontvangen een eenmalige tegemoetkoming van € 4.000 om hun vaste lasten te kunnen betalen. De Togs is aan te vragen via rvo.nl/tegemoetkomingcorona

Meer informatie: Ministerie SZW, 31 maart 2020

Posted by on

Belastingdienst geeft ondernemers direct uitstel

De Belastingdienst geeft ondernemers die uitstel van hun belastingen aanvragen vanwege de coronacrisis, direct drie maanden uitstel zonder dat er bewijzen mee hoeven te worden gestuurd. Dat is een verdere versoepeling van eerder aangekondigde maatregelen.

Dat maakt staatssecretaris Hans Vijlbrief (Financiën) donderdag bekend. “Ik wil uitstel van belastingbetaling voor ondernemers zo eenvoudig mogelijk maken. Daarom krijgt u nu na uw verzoek direct drie maanden uitstel”, laat Vijlbrief via Twitter weten.

Normaal moet er een verklaring van een derde deskundige, een zogenoemde derdenverklaring, worden meegestuurd bij de aanvraag, van bijvoorbeeld een notaris of een brancheorganisatie. Die eis wordt nu geschrapt zodat bij de fiscus zodra de aanvraag binnen is, het uitstel van belastingen direct ingaat.

Er moet alleen een brief naar de Belastingdienst worden gestuurd waarin staat dat er betalingsproblemen zijn door corona. De fiscus stopt zodra het bericht binnen is direct met invorderen. Als ondernemers langer dan drie maanden uitstel willen, dan is een derdenverklaring wel verplicht.

In het noodpakket was al opgenomen dat boetes voor het niet op tijd betalen van btw of loonheffing worden geschrapt en de invorderingsrente en de belastingrente beide naar bijna 0 procent gaan.Zie ook: Noodpakket: zzp’ers krijgen uitkering en 4.000 euro voor ondernemers

Posted by on

Coronavirus: Kabinet neemt pakket nieuwe economische maatregelen

Het kabinet heeft dinsdag besloten om vanwege het coronavirus een hele reeks nieuwe economische maatregelen te nemen. Lees hier om welke maatregelen het gaat:

1. Instellen tijdelijke regeling tegemoetkoming loonkosten (ministerie van SZW)
Een ondernemer die omzetverlies verwacht (minimaal 20%) kan bij het UWV voor een periode van drie maanden een tegemoetkoming in de loonkosten aanvragen (maximaal 90% van de loonsom, afhankelijk van het omzetverlies). UWV zal een voorschot verstrekken van 80% van de gevraagde tegemoetkoming. Hierdoor kunnen bedrijven hun personeel blijven doorbetalen. Voorwaarde is dat er geen personeel ontslagen mag worden om bedrijfseconomische redenen in de subsidieperiode. Deze Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor Werkbehoud (NOW) wordt zo spoedig mogelijk opengesteld en is de vervanger van de huidige regeling werktijdverkorting. Hiervoor kunnen bij SZW per direct geen nieuwe aanvragen meer voor worden ingediend. Aanvragen die al zijn gedaan, maar nog niet afgehandeld, zullen worden afgehandeld in de nieuwe regeling. Ondernemers kunnen de tegemoetkoming aanvragen voor een omzetdaling vanaf 1 maart.

2. Extra ondersteuning zelfstandig ondernemers (ministerie van SZW en gemeenten)
Het kabinet stelt een tijdelijke, versoepelde regeling in om zelfstandig ondernemers, waaronder zzp’ers, te ondersteunen zodat zij hun bedrijf kunnen voortzetten. De regeling wordt uitgevoerd door gemeenten. Zelfstandigen kunnen voor een periode van drie maanden, via een versnelde procedure, aanvullende inkomensondersteuning krijgen voor levensonderhoud. Deze vult het inkomen aan tot het sociaal minimum en hoeft niet worden terugbetaald. Er is in deze tijdelijke bijstandsregeling voor zelfstandig ondernemers geen sprake van een vermogens- of partnertoets. Ondersteuning volgens deze tijdelijke regeling is ook mogelijk in de vorm van een lening voor bedrijfskapitaal, tegen een verlaagd rentepercentage.

3. Versoepeling uitstel van betaling belasting en verlaging boetes (Belastingdienst)
Getroffen ondernemers kunnen eenvoudiger uitstel van belasting aanvragen. De Belastingdienst stopt de invorderingen dan direct. Dit geldt voor de inkomsten-, vennootschaps-, loon- en omzetbelastingen (btw). Eventuele verzuimboetes voor het niet op tijd betalen, hoeven niet te worden betaald. Het is bovendien niet nodig meteen bewijsmateriaal mee te sturen. Daar krijgt de ondernemer langer de tijd voor. De invorderingsrente die normaal gesproken ingaat na het verstrijken van de betalingstermijn wordt tijdelijk verlaagd van 4% naar bijna 0%. Dit geldt voor alle belastingschulden. Ook het tarief van de belastingrente gaat tijdelijk naar bijna 0%. Deze verlaging zal gelden voor alle belastingen waarvoor belastingrente geldt. Het kabinet zal de belastingrente zo snel mogelijk aanpassen.

4. Verruiming regeling Garantie Ondernemersfinanciering (ministerie van EZK)
Ondernemingen die problemen ondervinden bij het verkrijgen van bankleningen en bankgaranties kunnen gebruik maken van de Garantie Ondernemersfinanciering-regeling (GO). Het kabinet stelt voor het garantieplafond van de GO te verhogen van 400 miljoen naar 1,5 miljard euro. Met de GO helpt EZK zowel het MKB als grote ondernemingen door middel van een 50% garantie op bankleningen en bankgaranties,  (minimaal 1,5 miljoen – maximaal 50 miljoen euro per onderneming). Het maximum per onderneming wordt tijdelijk verruimd naar 150 miljoen euro. Het Kabinet committeert zich om alle garantieruimte te verstrekken die nodig is.

5. Rentekorting kleine ondernemers op microkredieten Qredits (ministerie van EZK)
Microkredietenverstrekker Qredits financiert en coacht een grote groep kleine en startende ondernemers, die via de bank vaak moeilijk aan financiering komen. Te denken valt aan ondernemers in de horeca, detailhandel, persoonlijke verzorging, de bouw en zakelijke dienstverlening. Qredits stelt een tijdelijke crisismaatregel open: voor kleine ondernemers die geraakt worden door de coronaproblematiek wordt uitstel van aflossing aangeboden voor de duur van zes maanden en de rente gedurende deze periode automatisch verlaagd naar 2%.. Het kabinet ondersteunt Qredits voor deze maatregel met maximaal 6 miljoen euro.

6. Tijdelijk borgstelling voor land- en tuinbouwbedrijven (ministerie van LNV)
Voor de land- en tuinbouwbedrijven komt er een tijdelijke borgstelling voor werkkapitaal onder de regeling Borgstelling MKB-Landbouwkredieten (BL). Daarmee staat het kabinet borg voor de kredieten van agrarisch ondernemers. Het kabinet streeft ernaar om deze tijdelijke verruiming van de BL spoedig open te kunnen stellen.

7. Overleggen over toeristenbelasting (Rijk/gemeenten) en cultuursector
Het kabinet gaat in overleg met de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) over de mogelijkheid om (voorlopige) lokale aanslagen aan ondernemers stop te zetten en al opgelegde aanslagen aan bedrijven in te trekken. Het gaat hierbij in het bijzonder om de toeristenbelasting. Ook is het Rijk met de cultuursector in overleg om te kunnen aansluiten bij generieke maatregelen en eventuele verbijzondering indien dat nodig is.

8. Compensatieregeling getroffen sectoren (ministerie van EZK)
De gezondheidsmaatregelen van het kabinet hebben enorme consequenties voor de inkomsten in een aantal sectoren in het bijzonder. Zoals bijvoorbeeld de (verplichte) sluiting van eet- en drinkgelegenheden en annuleringen in de reisbranche. Deze inkomsten kunnen bovendien moeilijk worden ingehaald wanneer het coronavirus achter de rug is. Het kabinet komt daarom met een compensatieregeling met passende maatregelen voor bedrijven in de genoemde sectoren. Deze wordt nu uitgewerkt en met spoed voorgelegd aan de Europese Commissie voor de beoordeling op (geoorloofde) staatssteun.

Waar kunnen ondernemers terecht?

Banken kunnen aanmeldingen voor de verruimde kredietregelingen (BMKB en GO) bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland doen, de uitvoeringsorganisatie van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat. Ondernemers melden zich hiervoor bij hun kredietverstrekker. Voor de belastingmaatregelen kunnen ondernemers terecht bij de Belastingdienst Zakelijk via Belastingdienst.nl/coronavirus. De regelingen van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid worden zo spoedig mogelijk opengesteld.

Bron: Rijksoverheid.nl

Posted by on

1 Januari 2020 – Belangrijkste wijzigingen in de belastingsfeer.

De Eerste Kamer heeft op 17 december ingestemd met ruim 50 belastingmaatregelen voor burgers en bedrijven. Dit betekent dat Nederlanders over het algemeen meer gaan overhouden van iedere euro die binnenkomt en (meer) werken lonender wordt. Ook is direct werk gemaakt van het Klimaatakkoord, met belastingmaatregelen die klimaatvriendelijk gedrag stimuleren.

De maatregelen zijn onderdeel van het pakket Belastingplan 2020. Een groot deel van de maatregelen gaat in per 1 januari 2020 net als een aantal belastingmaatregelen die al eerder is afgesproken. Hierna treft u een overzicht aan van een aantal van de belangrijkste belastingwijzigingen voor burgers. Het volledige overzicht van alle wijzigingen (incl. voor bedrijven) vindt u hier.

Twee belastingschijven

Vanaf 2020 gaan belastingplichtigen met een inkomen tot en met € 68.507 over hun inkomen 37,35% belasting betalen, voor het inkomen daarboven is dit 49,50%. Ook worden de arbeidskorting en de algemene heffingskorting extra verhoogd. Iemand die € 25.000 per jaar verdient gaat er door deze veranderingen € 375 op vooruit in 2020. Bij een inkomen van € 45.000 per jaar is dit € 640, bij een inkomen van € 65.000 per jaar is dit € 680. Of iemand er op vooruit gaat of niet, hangt uiteindelijk ook af van veranderingen in zijn of haar persoonlijke situatie en van de ontwikkelingen van de economie.

Eigen woning

In 2020 wordt de hypotheekrenteaftrek geleidelijk verder afgebouwd als het inkomen meer is dan € 68.507. De aftrekbare kosten voor de eigen woning kunnen vanaf volgend jaar tegen maximaal 46% worden afgetrokken, dit is een verlaging van 3 procentpunt ten opzichte van 2019. Deze verlaging geldt ook voor andere aftrekposten als het inkomen meer is dan € 68.507.

Voor woningen met een waarde tussen de € 75.000 en € 1.090.000 daalt het eigenwoningforfaitpercentage naar 0,60%. Voor iemand die in een huis met een WOZ-waarde van € 300.000 woont, daalt het forfait hierdoor van € 1950 (2019) naar € 1800 (2020).

Sinds 1 januari 2019 wordt de aftrek wegens geen of geringe eigenwoningschuld (zogenoemde “Hillen-regeling”) ieder jaar verder beperkt. Voor iemand die in een huis met een WOZ-waarde van € 300.000 woont en geen aftrekbare kosten heeft, daalt de aftrek hierdoor in 2020 met € 60.

Zelfstandigenaftrek

De zelfstandigenaftrek wordt de komende jaren stapsgewijs teruggebracht tot € 5.000. Per 1 januari 2020 wordt de zelfstandigenaftrek verlaagd van € 7280 naar € 7030. Hiermee wil het kabinet de fiscale verschillen tussen zelfstandigen en werknemers kleiner maken.

Fiets van de zaak

Vanaf 1 januari 2020 wordt de fiets van de zaak een stuk aantrekkelijker door een versimpeling van de fiscale fietsregeling voor woon-werkverkeer. De werknemer hoeft dan niet zelf een fiets te kopen.

De werkgever betaalt de fiets en meestal ook de kosten voor onderhoud en reparatie. Wel krijgt de werknemer te maken met een bijtelling bij het salaris. Uiteindelijk betaalt de werknemer daardoor enkele euro’s per maand extra belasting.

Auto

Het kabinet blijft de komende jaren elektrisch autorijden stimuleren. De huidige belastingvoordelen, die in 2021 zouden aflopen, blijven de komende jaren grotendeels bestaan. Tot 2025 betalen kopers en eigenaren van elektrische auto’s bijvoorbeeld geen aanschafbelasting (bpm) en motorrijtuigenbelasting. Tegelijkertijd willen we overstimulering voorkomen. Daarom gaat de bijtelling voor zakelijke elektrische auto’s in 2020 van 4% naar 8%.

Eigenaren van een oudere dieselauto betalen vanaf 1 januari 2020 een fijnstoftoeslag van 15% op de motorrijtuigenbelasting (wegenbelasting). Fijnstof, zoals roet, is slecht voor het klimaat en onze gezondheid. De overheid wil daarom het bezit en het gebruik van vervuilende auto’s minder aantrekkelijk maken.  Voor een gemiddelde auto die op diesel rijdt en tussen de 1350 en 1450 kilo weegt, kost dat € 225 per jaar.

Vergroening

Wat vervuilender is voor het milieu wordt zwaarder belast: de belasting op aardgas gaat omhoog, die op elektriciteit omlaag. De belastingvermindering,  een vast bedrag per energieaansluiting dat wordt afgetrokken van de energiebelasting, gaat omhoog. Voor huishoudens met een gemiddeld gebruik daalt het belastingdeel van de energierekening van huishoudens in 2020 met € 100.

Verhoging tabaksaccijns

Sigaretten, rooktabak en sigaren worden in 2020 twee keer duurder.  Een pakje van 20 sigaretten wordt per 1 januari 14 cent duurder en per 1 april € 1. Een pakje shag van 40 gram wordt per 1 januari 35 cent duurder en per 1 april € 2,50 euro (voor alle bedragen geldt: inclusief accijns en btw).

Bron : Nextens

Posted by on

Transitievergoeding in 2020: hoogte en berekening

De maximale transitievergoeding bij ontslag in 2020 is € 83.000. Als het bruto jaarsalaris hoger is dan € 83.000, dan maximaal een bruto jaarsalaris. Recht op een transitievergoeding heeft de werknemer sinds 1 januari 2020 vanaf de eerste werkdag als gevolg van de inwerkingtreding van de Wet arbeidsmarkt in balans (WAB).

De hoogte van de maximale transitievergoeding wijzigt jaarlijks met ingang van 1 januari bij ministeriële regeling overeenkomstig de ontwikkeling van de marktcontractlonen.

Dit is gebeurd bij de Regeling van het ministerie van Sociale Zaken van 20 december 2019, Staatscourant 69523.

In de Macro-Economische Verkenningen (MEV) is deze ontwikkeling van de marktcontractlonen voor het komende jaar geraamd. Daarbij wordt het bedrag afgerond op het naaste veelvoud van € 1.000.

De ontwikkeling van de contractlonen is volgens de MEV geraamd op 2,5%.

In 2019 was de maximale transitievergoeding € 81.000. Bij verhoging met 2,5% resulteert dit in een bedrag van € 83.025. Dit bedrag wordt afgerond op het naaste veelvoud van € 1.000.

Met de gepubliceerde regeling is daarom met ingang van 1 januari 2020 het bedrag van € 81.000 gewijzigd in € 83.000.

Transitievergoeding vanaf eerste werkdag

De werknemer heeft sinds 1 januari 2020 vanaf de eerste werkdag recht op een transitievergoeding.

De berekening van de transitievergoeding gaat als volgt:

  1. De werknemer krijgt 1/3 maandsalaris per heel dienstjaar vanaf de eerste werkdag;
  2. De transitievergoeding over het resterende deel van de arbeidsovereenkomst wordt berekend volgens de formule: (bruto salaris ontvangen over resterende deel arbeidsovereenkomst / bruto maandsalaris) x (1/3 bruto maandsalaris /12 )
    Deze formule wordt ook gebruikt voor het berekenen van de transitievergoeding als de arbeidsovereenkomst korter dan een jaar heeft geduurd.

Transitievergoeding vanaf eerste dag arbeidsovereenkomst per 2020

Vervangende voorziening in cao

In een cao is vast te leggen dat een ontslagen werknemer een vervangende voorziening krijgt in plaats van een transitievergoeding. Dit kan sinds 1 januari 2020 alleen nog maar bij ontslag om bedrijfseconomische redenen. Ook hoeft de vervangende voorziening niet meer gelijkwaardig te zijn aan de wettelijke transitievergoeding. Wel moet de voorziening bestaan uit maatregelen om werkloosheid te voorkomen of in duur te beperken. Of uit een redelijke financiële vergoeding. Een combinatie van beide kan ook.

Gebruik de Rekenhulp Transitievergoeding van het ministerie van Sociale Zaken om een indruk te krijgen van de hoogte van de transitievergoeding.

Bron : https://www.accountancyvanmorgen.nl/2020/01/08/transitievergoeding-in-2020-hoogte-en-berekening-2/

Posted by on

Het nieuwe BTW-nummer


Vanaf 1 januari 2020 gebruiken eenmanszaken verschillende omzetbelasting gerelateerde nummers. Een btw-identificatienummer (btw-id) voor zakenrelaties en een omzetbelastingnummer (ob-nummer) voor de aangifte OB.

Het ob-nummer wordt gebruikt bij de aangifte omzetbelasting. Dit nummer is een reeks van 12 tekens bestaande uit het voormalige BSN-gerelateerde btw-nummer, zonder NL ervoor.

Het nieuwe btw-id gebruikt de ondernemer om zich kenbaar te maken naar derden als btw-plichtig ondernemer, bij MOSS en bij intracommunautaire btw-afhandeling. Dit nummer bestaat uit een reeks van 14-tekens, met NL ervoor. De ondernemer vermeldt het btw-id op onder andere zijn factuur en website. 

Waarschuwing

De Belastingdienst waarschuwt om het het ob-nummer voor aangifte omzetbelasting altijd te gebruiken. Gebruik hiervoor nooit het nieuwe btw-id, ook niet zonder NL ervoor. De systemen van de Belastingdienst herkennen een btw-id niet waardoor zij de aangiften niet ontvangen.  

Bron: Forum Fiscaal Dienstverleners

Posted by on

Ouders mogen namens kinderen bezittingen beheren

Als meerderjarige kinderen de juridische eigendom hebben van bezittingen, die ouders beheren, mag de inspecteur niet zomaar de inkomsten uit die bezittingen toerekenen aan de ouders. Daarvoor zal hij eerst moeten bewijzen dat de inkomsten in handen van de ouders zijn gekomen.

Een man dreef een eenmanszaak die onroerende zaken verhandelde en exploiteerde. Daarnaast bemiddelde de man ten behoeve van zijn echtgenote en zijn kinderen in de aankoop en verkoop van onroerende zaken. De Belastingdienst was het niet eens met de aangiften inkomstenbelasting die de man over de jaren 2003 tot en met 2007 had ingediend. De inspecteur bracht verschillende correcties aan. Hij rekende onder meer inkomsten uit de onroerende zaken waarvan de meerderjarige kinderen van de man de juridische eigenaar waren toe aan de man. De man ging in beroep bij Hof Den Bosch. Daar stelt hij onder meer dat de fiscus is gebonden aan een vaststellingsovereenkomst (VSO). Het hof verwerpt dit beroep, omdat niet de kinderen maar alleen de man, zijn echtgenote en de Belastingdienst partij waren bij deze VSO. Met de VSO heeft de fiscus ook niet de man en zijn echtgenote willen begunstigen ten opzicht van de kinderen. De kinderen bevonden zich namelijk in een andere positie, doordat hun vader de exploitatie van hun vastgoed volledig op zich nam.

Vader blijft van inkomen kinderen af

Het hof oordeelt echter dat de inspecteur de inkomsten uit de onroerende zaken van de meerderjarige kinderen niet aan de man had mogen toerekenen. Het uitgangspunt is immers dat de kinderen de juridisch eigenaar van de desbetreffende onroerende zaken zijn. Hun vader heeft ook steeds de opbrengsten uit de exploitatie van dit vastgoed gestort op de rekeningen van zijn kinderen of geherinvesteerd. Er zijn geen aanwijzingen dat (een deel van) de opbrengsten in werkelijkheid ten goede zijn gekomen aan de man. De enkele omstandigheid dat hij de feitelijke handelingen verricht met betrekking tot de aan- en verkoop en de exploitatie, bewijst niet dat hij de onroerende zaken in werkelijkheid voor zijn rekening en risico exploiteert. Voor de veronderstelling van de fiscus dat al naar gelang de uitkomsten van de transacties gekozen wordt voor toedeling aan de man of aan zijn kinderen, ontbreken eveneens aanwijzingen. Het hof vernietigt daarom de desbetreffende correcties van de Belastingdienst.

Bron : Taxence

Posted by on

Belastingplan 2020: alle maatregelen op een rij

Het Belastingplan 2020 en overige Prinsjesdagstukken zijn op dinsdag 17 september 2019 om 15.15 uur door minister Hoekstra aangeboden aan de Tweede Kamer. Hieronder geven wij een overzicht van de wetsvoorstellen uit het pakket Belastingplan 2020.

Belastingplan 2020

– Snellere invoering tweeschijvenstelsel

– Verhoging algemene heffingskorting

– Verhoging arbeidskorting

– Verlaging zelfstandigenaftrek per 2020

– Hoge tarief vpb niet verlaagd

– Effectieve tarief innovatiebox verhoogd naar 9%

– Liquidatie- en stakingsverliesregeling aangepast

– Betalingskorting voor de Vpb afgeschaft

– Overgangsrecht voor saldolijfrenten van vóór 2001

– 4 aanpassingen van de werkkostenregeling (WKR)

– Indexeren van vrijwilligersregeling

– Aanpassen vrijstelling overheidsondernemingen

– Aanpassen onderwijsvrijstelling

– Aanpassen vrijstelling voor interne activiteiten en quasi-inbestedingsvrijstelling

– Invoeren minimumkapitaalregel voor banken en verzekeraars

– Twee aanpassingen verhuurderheffing

– Verlaagd btw-tarief voor elektronische uitgaven

– Aanpassen accijns op tabaksproducten

– Twee wijzigingen in vrijstellingen in de assurantiebelasting

– Rentevergoeding bij te late terugbetaling Belastingwet BES

– Grensbedragen voor teruggaaf en terugbetaling BES

– Invoeren aftrekuitsluiting dwangsommen

Overige Fiscale maatregelen

– Openbaar maken van vergrijpboeten opgelegd aan medeplegers die beroeps- of bedrijfsmatig bijstand verleenden;

– Aanpassen van de tonnageregeling;

– Aanpassen van de definitie vaste inrichting in het kader van het multilateraal instrument (MLI);

– Implementatie van de Worldwide harmonized Light vehicles Test Procedure (WLTP) om de hoogte van de CO2-uitstoot van een motorrijtuig te bepalen;

– Keuzeregeling elektronisch berichtenverkeer;

– Aanpassen van de belastingrente voor de vennootschapsbelasting en de erfbelasting;

– Wijzigingen in Belastingwet BES en de Douane- en accijnswet BES;

Wetsvoorstel Bronbelasting op rente en royalty’s
Het kabinet pakt belastingontwijking door geldstromen via Nederland naar belastingparadijzen verder aan door het invoeren van een bronbelasting op rente en royalty’s. Deze bronbelasting is even hoog als het tarief van de vennootschapsbelasting. Hiermee voorkomen we dat Nederland wordt gebruikt voor doorstroomactiviteiten naar landen met een laag belastingtarief.

Fiscale maatregelen Klimaatakkoord
Dit wetsvoorstel bevat voorstellen ter uitwerking van de fiscale maatregelen uit het Klimaatakkoord. Met daarin onder andere het behoud van fiscale voordelen elektrische auto’s. De uitwerking van de CO2-heffing kost meer tijd en maakt daarom geen onderdeel uit van dit wetsvoorstel. Het streven is dat de wetgeving voor deze heffing bij het Belastingplan 2021 aanhangig zal worden gemaakt.

Implementatie richtlijn harmonisatie en vereenvoudiging handelsverkeer tussen lidstaten

Implementatie van de btw-regelgeving over de voorraad die een ondernemer aanhoudt in een andere lidstaat op afroep van een hem bekende afnemer, een regeling voor zogenoemde ketentransacties waarmee wordt bepaald welke van de leveringen in die keten als de intracommunautaire levering heeft te gelden, het bewijs van het intracommunautaire vervoer van goederen naar andere lidstaten en de status van het btw-identificatienummer.

Afschaffing fiscale aftrek scholingsuitgaven
Dit wetsvoorstel strekt tot afschaffing van de in de Wet inkomstenbelasting 2001 (Wet IB 2001) opgenomen fiscale aftrek van scholingsuitgaven.

Bron : Taxence