Archives

Posted by on

Nieuw arrest prive-gebruik auto

Sinds afgelopen vrijdag kan de zakelijk rijder met een auto van vóór 2017 definitief fluiten naar de 22%-bijtelling. Dat de Hoge Raad de 25%-bijtelling voor de ‘oudere’ auto niet als discriminatie ziet, komt nauwelijks als een verrassing. Het arrest is juridisch steekhoudend. Of dat echter de bijtelling ook rechtvaardigt, is een heel ander verhaal, vindt fiscaal jurist en specialist autobelastingen Heleen Elbert van Elbertfiscaal.nl.

Voor de ‘gewone’ zakelijke auto met een datum van eerste toelating vóór 1 januari 2017 blijft een bijtelling van 25% gelden. De zakelijk rijder profiteert na 60 maanden niet van de huidige algemene 22%-bijtelling. Die kans is na het arrest van 11 januari 2019 verkeken. De Hoge Raad typeert de overgangsregeling voor de zakelijke auto van vóór 2017 niet als discriminatie, aangezien de regeling niet ‘van redelijke grond is ontbloot’. Er is dan ook geen sprake van een schending van het gelijkheidsbeginsel of het eigendomsrecht. Met het arrest is het doek voor een 3% lagere bijtelling voor de ‘oudere’ auto definitief gevallen.

Juridisch juist

Volgens Elbert is het arrest juridisch juist en valt er weinig tegenin te brengen. “Het komt erop neer dat de wetgever goed over het overgangsrecht heeft nagedacht en een redelijke beslissing heeft genomen. Terecht merkt de Hoge Raad op dat een wetswijziging, met in dit geval overgangsrecht, nu eenmaal een onderscheid met zich meebrengt tussen gevallen van vóór en gevallen van na het invoeringstijdstip. De wetgever zou anders nooit een wetswijziging kunnen doorvoeren. Dat daarbij de één een voordeel heeft en de ander een nadeel is dan een logisch gevolg.”

Argumenten

Voor de beslissing dat de overgangsregeling voor de bijtelling niet ‘evident van redelijke grond is ontbloot’ draagt de Hoge Raad diverse argumenten uit de voorafgaande conclusie van de Advocaat-Generaal aan. Met de verlaging van de algemene bijtelling naar 22% per 1 januari 2017 en de overgangsregeling voor toen bestaande auto’s wilde de wetgever: (1) aansluiten bij actuele ontwikkelingen in onder andere het brandstofverbruik, (2) verhinderen dat de 22%-bijtelling wel zou gelden voor een vóór 1 januari 2017 in het buitenland in gebruik genomen auto maar niet voor een Nederlandse auto met een datum eerste tenaamstelling van vóór 2017, (3) de complexiteit van de uitvoering van de bijtellingsregeling beperken en (4) meer rechtszekerheid bieden aan de zakelijk rijder met een leasecontract van vóór 1 januari 2017.

Weerlegbaar

Al deze argumenten zijn wat Elbert betreft te weerleggen: “Bij een echte aansluiting met de actuele ontwikkelingen zou het bijtellingsforfait een stuk lager zijn dan 22%. In een onderzoek enkele jaren geleden werd het werkelijke genot van een auto van de zaak becijferd op 13% in plaats van de toen geldende 25%. Dit verschil van 12% is nog het best te betitelen als een ‘dropjestoeslag’ voor het gemak van de auto van de zaak.”

“Verder vind ik het vergelijk van een in het buitenland in gebruik genomen auto met een Nederlandse auto niet zo heel relevant”, vervolgt Elbert. “De overgangsregeling ziet op de auto met een datum van eerste toelating van uiterlijk 31 december 2016. Een onderscheid tussen eerste toelating in Nederland of in het buitenland is hierbij niet gemaakt. Hierdoor is het weliswaar duidelijk dat dezelfde datum ook voor buitenlandse auto’s geldt, maar deze tekstuele verduidelijking vind ik persoonlijk niet zo’n doorslaggevend argument. In de praktijk levert het ontbreken van zo’n expliciete verduidelijking bijvoorbeeld ook geen problemen op bij de toepassing van de originele Nederlandse cataloguswaarde ingeval de auto eerst in een later jaar is ingevoerd.”

“En als we het hebben over complexiteit, leidt geen overgangsrecht dan niet juist tot een iets minder ingewikkelde bijtellingsregeling?”, vraagt Elbert zich af. “Tot slot ben ik ervan overtuigd dat de zakelijk rijder met een ‘oude’ auto zijn rechtszekerheid van 25%-bijtelling maar wat graag zou willen opgeven voor 3% minder bijtelling.”

Onrechtvaardig

Elbert wil zeker niet terug naar méér bijtellingspercentages. Toch knaagt er iets. “Het blijft onrechtvaardig aanvoelen dat een hele milieuonvriendelijke auto uit 2017 met een bijtelling van 22% minder belast is dan een milieuvriendelijke auto uit 2016 of eerder waarvoor uiteindelijk een bijtelling van 25% blijft of gaat gelden. Ik snap dat de wetgever een keer een knoop moet doorhakken met het naar beneden bijstellen van de bijtelling, maar kun je zeggen dat de zakelijk rijder met een leaseauto uit 2016 hier 3% meer in privé van geniet dan de zakelijk rijder met een leaseauto uit 2017? Aansluiten bij het werkelijke privégebruik van de auto van de zaak is een stuk rechtvaardiger dan het hanteren van een forfait. Inmiddels is de techniek zo ver dat men bij de meeste nieuwe auto’s al precies weet waar iemand rijdt en wanneer en wat het gebruik is. Hopelijk is die technische ontwikkeling over niet al te lange termijn inzet voor een rechtvaardiger bijtellingssysteem.”

Bron: Taxence

Posted by on

Hypotheekrente geen aftrekbare alimentatie

De Hoge Raad oordeelt dat de voor ex-echtgenote betaalde hypotheekrente en premie levensverzekering geen aftrekbare onderhoudsverplichting vormen.

De zaak (16 november 2018 ECLI:NL:HR:2018:2134) verloopt als volgt. Man en vrouw zijn gehuwd op huwelijkse voorwaarden bezitten samen de echtelijke woning. In 2009 zijn ze gescheiden. De man blijft vooralsnog in de woning wonen en betaalt in 2009, 2010 en 2011 alle hypotheekrente en premie levensverzekering (KEW). De man trekt het door hem betaalde deel dat de ex-echtgenote aangaat af als onderhoudsverplichting.

De Hoge Raad constateert dat er geen sprake is van een overeenkomst op grond waarvan de man het aandeel van de ex-echtgenote in de woonlasten betaalt. Evenmin is er sprake van een verplichting op basis een rechterlijke beslissing inzake een alimentatieverplichting. Het door de man betaalde aandeel van de ex-echtgenote in de woonlasten is dan ook niet aftrekbaar bij de man.

Belang voor de praktijk

Het komt in de praktijk vaker voor dat ex-partners bepalen dat degene die achterblijft in de voormalig echtelijke woning de hypotheekrente betaalt. In verband met de fiscale aftrekbaarheid wordt in het echtscheidingsconvenant dan opgenomen dat een deel van de totaal verschuldigde hypotheekrente als alimentatie wordt aangemerkt. Daarbij moet ook rekening worden gehouden met de fiscale gevolgen voor de ex-echtgenote die niet in de woning achterblijft. Als de helft van de hypotheekrente is aan te merken als alimentatie, is er sprake van aftrekbaarheid bij de alimentatieplichtige en belastbaarheid bij de alimentatiegerechtigde. De alimentatiegerechtigde kan vervolgens bij de aangifte inkomstenbelasting een deel van de hypotheekrente in aftrek brengen. Dit kan uiteraard alleen zolang de woning nog als eigen woning is aan te merken. Volgens de regeling bij echtscheiding van artikel 3.111, lid 4, Wet IB 2001 geldt de woning nog gedurende 24 maanden als eigen woning. Na deze periode is de rente voor degene die de voormalig echtelijke woning heeft verlaten niet meer aftrekbaar. Het aandeel in woning en lening verhuizen dan naar box 3.

Bron : Taxence

Posted by on

Bodembeslag

Eigenaar moet bewijzen dat afnamebeding weinig oplevert


Normaal gesproken moet de ontvanger van de belastingen terughoudend zijn bij het inroepen van zijn bodemrecht ten aanzien van goederen die eigendom zijn van een derde. Heeft deze derde echter zijn goederen ter beschikking gesteld aan de belastingschuldige en is daarbij een afnamebeding overeengekomen? Dan zit de derde met een aanzienlijk lastigere bewijslastpositie.

Een recent arrest van de Hoge Raad geeft inzicht in de bevoegdheden van de ontvanger van de belastingen met betrekking tot het bodemrecht. De ontvanger mag beslagleggen en verhaal nemen op bepaalde roerende zaken die zich bevinden op de bodem van de belastingschuldige op het moment van de beslaglegging. Dit zogeheten bodemrecht strekt zich ook uit naar zaken waarvan anderen dan de belastingschuldige de eigenaar zijn. Maar de fiscus moet terughoudend zijn als sprake is van reële eigendom. Van reële eigendom is sprake als een derde zowel juridisch als economisch eigenaar is van zaken op de bodem van de belastingschuldige. Maar de ontvanger hoeft niet terughoudend te zijn als:
de derde onder enige titel zaken aan de belastingschuldige ter beschikking stelt; en
beide partijen een overeenkomst met een afnamebeding of afnameverplichting ten behoeve van de derde zijn overeengekomen.
Volgens de Hoge Raad is het aan de ontvanger om aan te tonen dat is voldaan aan deze voorwaarden. Slaagt hij daarin, dan verschuift de bewijslast naar de derde. Alleen als hij kan aantonen dat hij feitelijk geen profijt had van het afnamebeding, moet de ontvanger alsnog terughoudend zijn in zijn gebruik van het bodemrecht.
Posted by on

Belastingdienst start nieuw portaal voor ondernemers

De Belastingdienst start 3 januari 2019 een nieuw portaal voor ondernemers: Mijn Belastingdienst Zakelijk. Zzp’ers en eenmanszaken kunnen daar btw-aangifte doen, hun btw-aangifte corrigeren, een opgaaf intracommunautaire prestaties (ICP) doen en hun rekeningnummer opgeven of wijzigen.

In de loop van 2019 kunnen alle ondernemers in Mijn Belastingdienst Zakelijk aangifte gaan doen voor de btw, loonheffingen en vennootschapsbelasting.

Nieuw

  • Mijn Belastingdienst Zakelijk werkt beter op tablets en smartphones dan het huidige portaal voor ondernemers.
  • Vanaf 3 januari 2019 loggen zzp’ers en eenmanszaaken met een DigiD in op Mijn Belastingdienst Zakelijk. Later in het jaar kunnen andere ondernemers gaan inloggen met eHerkenning. Inloggen met DigiD of eHerkenning is makkelijk en veilig.
  • De aangifte kan tussendoor opgeslagen worden.
  • Wie de aangifte via Mijn Belastingdienst Zakelijk opstuurt, kan deze daar altijd inzien.

Het huidige portaal voor ondernemers blijft voorlopig bestaan. Uiteindelijk zal Mijn Belastingdienst Zakelijk het huidige portaal vervangen.

Posted by on

Tweede Kamer laat jaaraangifte kleine ondernemers in stand

De Tweede Kamer heeft bij de behandeling van het Belastingplan 2019 een motie aangenomen die regelt dat de mogelijkheid tot het doen van jaaraangifte voor de omzetbelasting voor kleine ondernemers gehandhaafd wordt. Het kabinet was van plan om ondernemers die onder de kleine ondernemersregeling vallen voortaan kwartaalaangiften te laten doen. Een meerderheid in de Tweede Kamer is het echter met de indieners van de motie eens dat de extra verplichting voor de kleinste ondernemers een forse administratieve lastenverzwaring kan betekenen.

Ondernemers zijn al veel tijd en geld kwijt aan hun administratie, wordt in de motie van de Tweede Kamderleden Lodders (VVD), Omtzigt (CDA) en Bruins (Christenunie) geconstateerd. Een kwartaalaangifte voor de kleine ondernemers is daarom volgens een meerderheid in de Kamer niet wenselijk. De Belastingdienst hoopte dat toezicht en handhaving met het vervallen van de jaaraangifte zouden verbeteren. De fiscus denkt dat fraude beter aangepakt kan worden als alle ondernemers ieder kwartaal aangifte doen.

Bron : Accountancy

Posted by on

Nieuw formulier btw digitale diensten beschikbaar

Vanaf 1 januari 2019 veranderen de regels voor de btw over digitale diensten aan consumenten in andere EU-landen. Om een en ander fiscaal in goede banen te leiden, heeft de Belastingdienst een formulier gepubliceerd, ‘Keuze plaats van dienst digitale diensten’.

Tot nu toe zijn digitale diensten (e-commerce-, telecommunicatie- en omroepdiensten) belast in het land waar een afnemer woont of is gevestigd. Vanaf 2019 verandert dat. Indien in een kalenderjaar, én in het kalenderjaar ervoor, niet meer dan € 10.000 omzet van digitale diensten aan consumenten in andere EU-landen is gedraaid, is vanaf 1 januari 2019 is de plaats van dienst voor de btw het land waar de leverancier is gevestigd. Als dat Nederland is moet daar de btw over deze diensten worden aangegeven en afgedragen.

De keuze geldt vanaf 1 januari 2019 en geldt voor tenminste twee kalenderjaren.

Btw kan dan op twee manieren aangeven en afdragen:
• via de mini One Stop Shop-regeling (MOSS-regeling)
• door aanmelding bij de belastingdiensten van de EU-landen van uw consumenten

Bron : Accountancy

Posted by on

Zwartspaarders denken dat inkeerregeling van de baan is

Zwartspaarders krijgen het benauwd nu de pakkans toeneemt door gegevensuitwisseling. Maar ze verkeren ten onrechte vaak in de veronderstelling dat de zogeheten inkeerregeling is afgeschaft. Dat meldt BNR, dat gegevens opvroeg bij de Belastingdienst.

Dit jaar meldden zich 508 zwartspaarders, tegen ongeveer 1000 in voorgaande jaren. Het berouw tonen leverde de schatkist €57 miljoen op. Voorheen was dat nog ruim €200 miljoen. Bij BNR legt fiscaal specialist Vanessa Huygen van Jaeger Advocaten uit dat de inkeerregeling  nog bestaat, maar dat de voorwaarden zijn veranderd. Er kan een naheffing uit voortvloeien, maar geen strafzaak. De boetes zijn wel verzwaard. ‘Per 2018 kun je niet meer inkeren voor buitenlands vermogen, maar dat geldt alleen voor nieuwe aangiften en niet voor aangiften die je in 2017 of eerdr hebt gedaan.’ Het afschaffen van de inkeerdersregeling geldt alleen voor overtredingen gepleegd vanaf 2018. Zwartspaarders krijgen dan over de meest recente jaren geen boete. En over de overige jaren een lagere boete. Ook de garantie dat er geen strafzaak volgt wordt door de Belastingdienst nog gegeven, mits de drempel van €20.000 niet wordt overschreden.

Bron : Accountancy

Posted by on

Belastingdienst flitst niet meer voor bijtelling

De Belastingdienst houdt op met flitsen ten behoeve van de bijtelling. Er is namelijk geen enkele manier waarop de fiscus camerabeelden van snelwegen kan gebruiken om te controleren of zakelijke rijders hun auto niet te veel privé gebruiken zonder privacyregelgeving te schenden.

Tot die conclusie is de Belastingdienst na onderzoek gekomen, meldt de Telegraaf. Bij flitscontroles kunnen alle kentekens worden vastgelegd. De Belastingdienst zou door het combineren van al deze foto’s precies kunnen weten hoeveel, waar en wanneer er met een auto wordt gereden en daarmee ook kunnen bepalen  of zakelijke rijders meer of minder rijden dan de grens  500 kilometer per jaar.

Toezicht

De Belastingdienst zegt nu voor het toezicht op het privégebruik van een zakelijke auto ’een mix aan controle-instrumenten te gebruiken die onderdeel uitmaken van het reguliere toezicht van de belastingheffing van grote ondernemingen en het midden- en kleinbedrijf’. Zo wordt dit onderwerp bijvoorbeeld meegenomen bij boekenonderzoeken. De camerabeelden worden nog wel gebruikt voor de motorrijtuigbelasting.

Bron : Accountency

Posted by on

Nieuwe bpm-aangifte beschikbaar

Vanaf 1 november 2018 is er een nieuw digitaal bpm-aangifteformulier: ‘Aangifte/melding/opgaaf bpm’ voor een automatische berekening van de bpm.

De bpm-aangifte kan eerst digitaal ingevuld worden. De print van de aangifte kan vervolgens mét de gevraagde bijlagen in een gefrankeerde envelop naar:

Belastingdienst
Postbus 2710
6401 DE Heerlen

De Belastingdienst verwerkt de bpm-aangifte geautomatiseerd. De volgorde waarin de aangiften aanlevert bepaalt de doorlooptijd. De doorlooptijd kan bekort worden door de gegevens in 1 pakketje aan te bieden in deze volgorde:

1. formulier ‘Aangifte/melding/opgaaf bpm’

2, bijlagen bij het aangifteformulier bpm

3. overige bijlagen zoals factuur, koerslijst, CVO

4. taxatierapport

Meer informatie: BPM-aangifte Belastingdienst, 1 november 2018

Posted by on

Zijn kosten om alimentatie terug te vorderen aftrekbaar?

Wordt een ex-echtgenoot veroordeeld tot het terugbetalen van teveel ontvangen alimentatie? Dan kwalificeert de terugbetaling voor de andere ex-echtgenoot als negatieve persoonsgebonden aftrek. Vanwege die kwalificatie heeft de andere ex-echtgenoot geen recht op aftrek van kosten voor het terugontvangen van teveel betaalde alimentatie.

Een man was in 2010 gescheiden van zijn echtgenote en moest zijn ex-echtgenote alimentatie betalen. Na een paar jaar vocht de man zijn alimentatieverplichting aan bij de burgerlijke rechter en hij werd in het gelijk gesteld. De rechtbank veroordeelde de ex-echtgenote om de ontvangen alimentatie aan de man terug te betalen. Om de alimentatie van zijn ex-echtgenote terug te kunnen krijgen, had de man kosten gemaakt. Hoewel de vrouw door de rechter was veroordeeld om de alimentatie terug te betalen, kwamen de man en de vrouw uiteindelijk overeen dat de vrouw niets hoefde terug te betalen.

 

In geschil bij Hof Arnhem-Leeuwarden is of de kosten gemaakt om de alimentatie terug te krijgen aftrekbare kosten zijn voor de man. Hij is van mening dat de kosten nodig waren om zijn besteedbaar inkomen veilig te stellen en daarom zijn de kosten aftrekbaar. Dit argument gaat niet op volgens het hof, omdat het betoog van de man de hoogte van zijn bruto-inkomen niet raakt. De man boekt ook geen succes met zijn stelling dat de verplichting tot terugbetaling van de ontvangen alimentatie voor de man periodieke inkomsten vormen. Volgens het hof volgt uit het systeem van de wet IB 2001 dat de terugbetaling van alimentatie door de ex-echtgenote een negatieve persoonsgebonden aftrek is en dus geen recht op aftrek van kosten. Bovendien is er geen fiscaal relevant verschil tussen de situatie van terugbetaling van teveel ontvangen alimentatie en die waarin wordt geprocedeerd om vermindering van de te betalen alimentatie te bewerkstelligen. Uit bestaande jurisprudentie blijkt dat die kosten ook niet aftrekbaar zijn. Het hof noemt in dat kader onder meer Hoge Raad 26 februari 2016, ECLI:NL:HR:2016:317.

Bron : Taxence