Archives

Posted by on

Wetswijzigingen voor kleine ondernemers

Op 1 juli gaan twee wetswijzigingen in voor kleine ondernemers en per 1 januari veranderen er meer regels voor het MKB. De Ondernemer zette ze alvast op een rij.

Energiebesparing verplicht

Iedereen met een energieverbruik hoger dan 50.000 kilowattuur elektriciteit of 25.000 kuub aardgas, valt sinds eind februari onder de informatie- en energiebesparingsverplichting. Die geldt voor ongeveer 100.000 ondernemers. Uiterlijk op 1 juli moet worden gerapporteerd welke energiebesparende maatregelen er worden genomen. Dat kan bij het eLoket van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland.

Minimumjeugdloon omhoog

Per 1 juli gaat voor 18-, 19- en 20-jarige werknemers het vaste percentage van het wettelijk minimumloon omhoog naar respectievelijk 50%, 60% en 80% van het ‘normale’ loon. Voor 21-jarigen wordt het 100%.

Nieuwe BTW-nummers

Per 1 januari krijgen de ruim één miljoen eenmanszaken een nieuw BTW-identificatienummer van de Belastingdienst. Dat staat los van het burgerservicenummer en moet zo de privacy van ZZP’ers beter beschermen.

KOR op de schop

De kleineondernemersregeling (KOR) gaat volgend jaar veranderen. BTW-vrijstelling of -vermindering geldt niet meer op basis van het te betalen bedrag aan BTW, maar op basis van de totale omzet. Ondernemers met een omzet van maximaal € 20.000 kunnen zich tot 20 november aanmelden bij de Belastingdienst.

Geen verschil VOF en maatschap

Het onderscheid tussen de VOF en de maatschap verdwijnt. Er komt één vorm voor terug: de vennootschap naast de commanditaire vennootschap (CV). Overdracht van een bedrijf en in- en uittreden van vennoten wordt makkelijker.

Bron: Deondernemer.nl

Posted by on

Bijstandsregeling voor ondernemers eenvoudiger

De regelgeving voor ondernemers met financiële problemen die een beroep doen op het Besluit bijstandverlening zelfstandigen (Bbz) wordt met ingang van 1 januari 2020 op een aantal punten aangepast.

De regeling wordt eenvoudiger, zowel voor mensen die een beroep doen op het Bbz als ook voor gemeenten die deze uitvoeren. Ook is sterker verankerd dat de bijstandsregeling dient voor het tijdelijk ondersteunen van ondernemers met een levensvatbaar bedrijf. Dit staat in een algemene maatregel van bestuur van staatssecretaris Van Ark van Sociale Zaken en Werkgelegenheid waarmee de ministerraad heeft ingestemd.

Het Bbz biedt perspectief aan startende ondernemende bijstandsgerechtigden en vormt een vangnet voor gevestigde zelfstandigen met een tijdelijk financieel probleem. Het doel achter de regeling is dat de ondernemer het bedrijf kan voortzetten en dat na enige tijd bijstandsverlening niet meer nodig is. Om deze reden zal de aparte regeling, waarmee ondernemers van 55 jaar en ouder hun niet-levensvatbare bedrijf met financiële ondersteuning kunnen voortzetten tot aan de pensioengerechtigde leeftijd, vanaf 1 januari 2020 worden afgebouwd. Voor ondernemers in de binnenvaart die een beroep op het Bbz doen, geldt dat zij voortaan een bijstandsaanvraag in de woongemeente indienen in plaats van bij een centrumgemeente. De mogelijkheid voor ondernemers om met terugwerkende kracht bijstand aan te vragen, komt te vervallen. De wijzigingen hebben geen gevolgen voor ondernemers die nu gebruik maken van de Bbz-regeling.

Bron : Taxence

Posted by on

Nieuwe btw-opgaaf zonnepanelen

De btw-opgaaf zonnepaneelhouders is eind vorig jaar gewijzigdIn deze nieuwe opgaaf is de keuzemogelijkheid voor ontheffing van administratieve verplichtingen verwijderd. Deze ontheffing is met de nieuwe opgaaf geautomatiseerd.

Een particulier met zonnepanelen krijgt, nadat hij een 1e aangifte ontvangen heeft, een brief waarin staat dat geen aangifte meer nodig is voor de btw. De Belastingdienst reageert dus niet meer op een eventueel verzoek om ontheffing.

De nieuwe opgaaf is alleen bestemd voor de aanmelding van de zonnepaneelhouder die voor het eerst zonnepanelen heeft aangeschaft. Wie een aanvullend verzoek om teruggave wilt vragen voor een klant, kan schriftelijk om een aangifte omzetbelasting verzoeken.

Belastingdienst, 4 april 2019

Posted by on

Nieuwe kleineondernemersregeling vanaf 2020

Vanaf 1 januari 2020 verandert de huidige kleineondernemersregeling (KOR). Vanaf dat moment is het mogelijk om te kiezen voor een vrijstelling van de btw-plicht. Om in aanmerking te komen voor de nieuwe KOR mag de  omzet niet meer bedragen dan € 20.000 per kalenderjaar.

Gevolgen voor de ondernemer bij keuze voor de vrijstelling:

  • De ondernemer brengt geen btw meer in rekening bij zijn klanten.
  • De ondernemer kan de btw die andere ondernemers bij hem in rekening brengen, niet meer aftrekken of terugvragen van de Belastingdienst.
  • De ondernemer doet geen btw-aangifte meer.

Het is nog wel nodig om de omzet bij te houden in de administratie. In tegenstelling tot de KOR kunnen ook rechtspersonen, zoals stichtingen, verenigingen en B.V.’s gebruiken maken van de nieuwe regeling.

KOR vervallen

Met het ingaan van de nieuwe regeling vervalt de huidige KOR en de ontheffing van administratieve verplichtingen. Vanaf 2020 bestaat dus niet langer een belastingvermindering voor de btw. De ondernemer moet daarom vóór 2020 laten weten of hij zich wil aanmelden voor de nieuwe KOR.

Wie nu een ontheffing van administratieve verplichtingen heeft, hoeft zich niet zelf aan te melden. De Belastingdienst meldt deze ondernemer automatisch aan voor  de vrijstelling. De Belastingdienst stuurt deze kleine ondernemers hierover een aparte brief. Daarin staat ook wat de ondernemer moet doen als de klant geen gebruik wil maken van de vrijstelling. 

Aanmelden nieuwe KOR

De ondernemer kan zich vanaf 1 juni 2019 aanmelden voor de nieuwe KOR. Als de ondernemer direct (vanaf 1 januari 2020) wil deelnemen, dan moet hij zich vóór 20 november 2019 bij de Belastingdienst aanmelden. Vanaf het tijdstip dat de ondernemer na gedaan verzoek aan de nieuwe kleineondernemersregeling deelneemt, geldt de nieuwe kleineondernemersregeling voor tenminste drie jaar.

Bron : Taxence

Posted by on

Fiscus stopt met automatische vordering kleine belastingschulden


Voor mensen die schulden hebben bij de overheid komen er spoedmaatregelen zodat zij in ieder geval genoeg geld overhouden om van te leven. De Belastingdienst stopt nog dit jaar met het automatisch afschrijven van bedragen tot 500 euro. De fiscus vorderde daarmee een deel van de belastingschuld terug.

Verder is het de bedoeling dat er een einde komt aan het beslag op toeslagen. Daarnaast kunnen gemeenten coulanter zijn om te voorkomen dat mensen met schulden nog dieper in de problemen komen.

Het gaat om maatregelen die in een wet stonden die op 1 januari had moeten ingaan. Maar de invoering liep vertraging op door ICT-problemen bij de Belastingdienst en andere organisaties.

“Die wet komt er gewoon”, aldus staatssecretaris Tamara van Ark (Sociale Zaken). Ze wil met de noodmaatregelen de situatie van mensen bij wie het water tot aan de lippen staat, nu al zo snel mogelijk verbeteren. De verbeterplannen zijn onderdeel van het actieplan ‘Brede Schuldenaanpak‘. Van Ark (SZW) en staatssecretaris Snel van Financiën informeerden de Tweede Kamer over de voortgang van de wetgeving die het actieplan mogelijk moeten maken. Het gaat om de implementatie van de Wet vereenvoudiging beslagvrije voet en het traject verbreding van het beslagregister.

Bron : ANP

Posted by on

Nieuw arrest prive-gebruik auto

Sinds afgelopen vrijdag kan de zakelijk rijder met een auto van vóór 2017 definitief fluiten naar de 22%-bijtelling. Dat de Hoge Raad de 25%-bijtelling voor de ‘oudere’ auto niet als discriminatie ziet, komt nauwelijks als een verrassing. Het arrest is juridisch steekhoudend. Of dat echter de bijtelling ook rechtvaardigt, is een heel ander verhaal, vindt fiscaal jurist en specialist autobelastingen Heleen Elbert van Elbertfiscaal.nl.

Voor de ‘gewone’ zakelijke auto met een datum van eerste toelating vóór 1 januari 2017 blijft een bijtelling van 25% gelden. De zakelijk rijder profiteert na 60 maanden niet van de huidige algemene 22%-bijtelling. Die kans is na het arrest van 11 januari 2019 verkeken. De Hoge Raad typeert de overgangsregeling voor de zakelijke auto van vóór 2017 niet als discriminatie, aangezien de regeling niet ‘van redelijke grond is ontbloot’. Er is dan ook geen sprake van een schending van het gelijkheidsbeginsel of het eigendomsrecht. Met het arrest is het doek voor een 3% lagere bijtelling voor de ‘oudere’ auto definitief gevallen.

Juridisch juist

Volgens Elbert is het arrest juridisch juist en valt er weinig tegenin te brengen. “Het komt erop neer dat de wetgever goed over het overgangsrecht heeft nagedacht en een redelijke beslissing heeft genomen. Terecht merkt de Hoge Raad op dat een wetswijziging, met in dit geval overgangsrecht, nu eenmaal een onderscheid met zich meebrengt tussen gevallen van vóór en gevallen van na het invoeringstijdstip. De wetgever zou anders nooit een wetswijziging kunnen doorvoeren. Dat daarbij de één een voordeel heeft en de ander een nadeel is dan een logisch gevolg.”

Argumenten

Voor de beslissing dat de overgangsregeling voor de bijtelling niet ‘evident van redelijke grond is ontbloot’ draagt de Hoge Raad diverse argumenten uit de voorafgaande conclusie van de Advocaat-Generaal aan. Met de verlaging van de algemene bijtelling naar 22% per 1 januari 2017 en de overgangsregeling voor toen bestaande auto’s wilde de wetgever: (1) aansluiten bij actuele ontwikkelingen in onder andere het brandstofverbruik, (2) verhinderen dat de 22%-bijtelling wel zou gelden voor een vóór 1 januari 2017 in het buitenland in gebruik genomen auto maar niet voor een Nederlandse auto met een datum eerste tenaamstelling van vóór 2017, (3) de complexiteit van de uitvoering van de bijtellingsregeling beperken en (4) meer rechtszekerheid bieden aan de zakelijk rijder met een leasecontract van vóór 1 januari 2017.

Weerlegbaar

Al deze argumenten zijn wat Elbert betreft te weerleggen: “Bij een echte aansluiting met de actuele ontwikkelingen zou het bijtellingsforfait een stuk lager zijn dan 22%. In een onderzoek enkele jaren geleden werd het werkelijke genot van een auto van de zaak becijferd op 13% in plaats van de toen geldende 25%. Dit verschil van 12% is nog het best te betitelen als een ‘dropjestoeslag’ voor het gemak van de auto van de zaak.”

“Verder vind ik het vergelijk van een in het buitenland in gebruik genomen auto met een Nederlandse auto niet zo heel relevant”, vervolgt Elbert. “De overgangsregeling ziet op de auto met een datum van eerste toelating van uiterlijk 31 december 2016. Een onderscheid tussen eerste toelating in Nederland of in het buitenland is hierbij niet gemaakt. Hierdoor is het weliswaar duidelijk dat dezelfde datum ook voor buitenlandse auto’s geldt, maar deze tekstuele verduidelijking vind ik persoonlijk niet zo’n doorslaggevend argument. In de praktijk levert het ontbreken van zo’n expliciete verduidelijking bijvoorbeeld ook geen problemen op bij de toepassing van de originele Nederlandse cataloguswaarde ingeval de auto eerst in een later jaar is ingevoerd.”

“En als we het hebben over complexiteit, leidt geen overgangsrecht dan niet juist tot een iets minder ingewikkelde bijtellingsregeling?”, vraagt Elbert zich af. “Tot slot ben ik ervan overtuigd dat de zakelijk rijder met een ‘oude’ auto zijn rechtszekerheid van 25%-bijtelling maar wat graag zou willen opgeven voor 3% minder bijtelling.”

Onrechtvaardig

Elbert wil zeker niet terug naar méér bijtellingspercentages. Toch knaagt er iets. “Het blijft onrechtvaardig aanvoelen dat een hele milieuonvriendelijke auto uit 2017 met een bijtelling van 22% minder belast is dan een milieuvriendelijke auto uit 2016 of eerder waarvoor uiteindelijk een bijtelling van 25% blijft of gaat gelden. Ik snap dat de wetgever een keer een knoop moet doorhakken met het naar beneden bijstellen van de bijtelling, maar kun je zeggen dat de zakelijk rijder met een leaseauto uit 2016 hier 3% meer in privé van geniet dan de zakelijk rijder met een leaseauto uit 2017? Aansluiten bij het werkelijke privégebruik van de auto van de zaak is een stuk rechtvaardiger dan het hanteren van een forfait. Inmiddels is de techniek zo ver dat men bij de meeste nieuwe auto’s al precies weet waar iemand rijdt en wanneer en wat het gebruik is. Hopelijk is die technische ontwikkeling over niet al te lange termijn inzet voor een rechtvaardiger bijtellingssysteem.”

Bron: Taxence

Posted by on

Hypotheekrente geen aftrekbare alimentatie

De Hoge Raad oordeelt dat de voor ex-echtgenote betaalde hypotheekrente en premie levensverzekering geen aftrekbare onderhoudsverplichting vormen.

De zaak (16 november 2018 ECLI:NL:HR:2018:2134) verloopt als volgt. Man en vrouw zijn gehuwd op huwelijkse voorwaarden bezitten samen de echtelijke woning. In 2009 zijn ze gescheiden. De man blijft vooralsnog in de woning wonen en betaalt in 2009, 2010 en 2011 alle hypotheekrente en premie levensverzekering (KEW). De man trekt het door hem betaalde deel dat de ex-echtgenote aangaat af als onderhoudsverplichting.

De Hoge Raad constateert dat er geen sprake is van een overeenkomst op grond waarvan de man het aandeel van de ex-echtgenote in de woonlasten betaalt. Evenmin is er sprake van een verplichting op basis een rechterlijke beslissing inzake een alimentatieverplichting. Het door de man betaalde aandeel van de ex-echtgenote in de woonlasten is dan ook niet aftrekbaar bij de man.

Belang voor de praktijk

Het komt in de praktijk vaker voor dat ex-partners bepalen dat degene die achterblijft in de voormalig echtelijke woning de hypotheekrente betaalt. In verband met de fiscale aftrekbaarheid wordt in het echtscheidingsconvenant dan opgenomen dat een deel van de totaal verschuldigde hypotheekrente als alimentatie wordt aangemerkt. Daarbij moet ook rekening worden gehouden met de fiscale gevolgen voor de ex-echtgenote die niet in de woning achterblijft. Als de helft van de hypotheekrente is aan te merken als alimentatie, is er sprake van aftrekbaarheid bij de alimentatieplichtige en belastbaarheid bij de alimentatiegerechtigde. De alimentatiegerechtigde kan vervolgens bij de aangifte inkomstenbelasting een deel van de hypotheekrente in aftrek brengen. Dit kan uiteraard alleen zolang de woning nog als eigen woning is aan te merken. Volgens de regeling bij echtscheiding van artikel 3.111, lid 4, Wet IB 2001 geldt de woning nog gedurende 24 maanden als eigen woning. Na deze periode is de rente voor degene die de voormalig echtelijke woning heeft verlaten niet meer aftrekbaar. Het aandeel in woning en lening verhuizen dan naar box 3.

Bron : Taxence

Posted by on

Bodembeslag

Eigenaar moet bewijzen dat afnamebeding weinig oplevert


Normaal gesproken moet de ontvanger van de belastingen terughoudend zijn bij het inroepen van zijn bodemrecht ten aanzien van goederen die eigendom zijn van een derde. Heeft deze derde echter zijn goederen ter beschikking gesteld aan de belastingschuldige en is daarbij een afnamebeding overeengekomen? Dan zit de derde met een aanzienlijk lastigere bewijslastpositie.

Een recent arrest van de Hoge Raad geeft inzicht in de bevoegdheden van de ontvanger van de belastingen met betrekking tot het bodemrecht. De ontvanger mag beslagleggen en verhaal nemen op bepaalde roerende zaken die zich bevinden op de bodem van de belastingschuldige op het moment van de beslaglegging. Dit zogeheten bodemrecht strekt zich ook uit naar zaken waarvan anderen dan de belastingschuldige de eigenaar zijn. Maar de fiscus moet terughoudend zijn als sprake is van reële eigendom. Van reële eigendom is sprake als een derde zowel juridisch als economisch eigenaar is van zaken op de bodem van de belastingschuldige. Maar de ontvanger hoeft niet terughoudend te zijn als:
de derde onder enige titel zaken aan de belastingschuldige ter beschikking stelt; en
beide partijen een overeenkomst met een afnamebeding of afnameverplichting ten behoeve van de derde zijn overeengekomen.
Volgens de Hoge Raad is het aan de ontvanger om aan te tonen dat is voldaan aan deze voorwaarden. Slaagt hij daarin, dan verschuift de bewijslast naar de derde. Alleen als hij kan aantonen dat hij feitelijk geen profijt had van het afnamebeding, moet de ontvanger alsnog terughoudend zijn in zijn gebruik van het bodemrecht.
Posted by on

Belastingdienst start nieuw portaal voor ondernemers

De Belastingdienst start 3 januari 2019 een nieuw portaal voor ondernemers: Mijn Belastingdienst Zakelijk. Zzp’ers en eenmanszaken kunnen daar btw-aangifte doen, hun btw-aangifte corrigeren, een opgaaf intracommunautaire prestaties (ICP) doen en hun rekeningnummer opgeven of wijzigen.

In de loop van 2019 kunnen alle ondernemers in Mijn Belastingdienst Zakelijk aangifte gaan doen voor de btw, loonheffingen en vennootschapsbelasting.

Nieuw

  • Mijn Belastingdienst Zakelijk werkt beter op tablets en smartphones dan het huidige portaal voor ondernemers.
  • Vanaf 3 januari 2019 loggen zzp’ers en eenmanszaaken met een DigiD in op Mijn Belastingdienst Zakelijk. Later in het jaar kunnen andere ondernemers gaan inloggen met eHerkenning. Inloggen met DigiD of eHerkenning is makkelijk en veilig.
  • De aangifte kan tussendoor opgeslagen worden.
  • Wie de aangifte via Mijn Belastingdienst Zakelijk opstuurt, kan deze daar altijd inzien.

Het huidige portaal voor ondernemers blijft voorlopig bestaan. Uiteindelijk zal Mijn Belastingdienst Zakelijk het huidige portaal vervangen.

Posted by on

Tweede Kamer laat jaaraangifte kleine ondernemers in stand

De Tweede Kamer heeft bij de behandeling van het Belastingplan 2019 een motie aangenomen die regelt dat de mogelijkheid tot het doen van jaaraangifte voor de omzetbelasting voor kleine ondernemers gehandhaafd wordt. Het kabinet was van plan om ondernemers die onder de kleine ondernemersregeling vallen voortaan kwartaalaangiften te laten doen. Een meerderheid in de Tweede Kamer is het echter met de indieners van de motie eens dat de extra verplichting voor de kleinste ondernemers een forse administratieve lastenverzwaring kan betekenen.

Ondernemers zijn al veel tijd en geld kwijt aan hun administratie, wordt in de motie van de Tweede Kamderleden Lodders (VVD), Omtzigt (CDA) en Bruins (Christenunie) geconstateerd. Een kwartaalaangifte voor de kleine ondernemers is daarom volgens een meerderheid in de Kamer niet wenselijk. De Belastingdienst hoopte dat toezicht en handhaving met het vervallen van de jaaraangifte zouden verbeteren. De fiscus denkt dat fraude beter aangepakt kan worden als alle ondernemers ieder kwartaal aangifte doen.

Bron : Accountancy