Posted by on

Belastingplan 2019

Het Belastingplan 2019 en overige Prinsjesdagstukken zijn op dinsdag 18 september 2018 om 15.15 uur door minister Hoekstra aangeboden aan de Tweede Kamer. Hieronder informeren wij u over de belangrijkste fiscale wijzigingen

Invoering tweeschijvenstelsel

Zie ook: Inkomstenbelasting: invoering tweeschijvenstelsel

Er wordt een geleidelijke invoering van een tweeschijvenstelsel voorgesteld met een basistarief van 37,05% in 2021 en het toptarief 49,50%. In 2019 wordt het tarief van de huidige eerste schijf 36,65% en de tweede en derde schijf 38,10%.

 

Geen overgangsmaatregel inkorten 30%-regeling

Er wordt geen overgangsrecht ingevoerd bij de verkorting van de looptijd van de 30%-regeling. Enige tegemoetkoming is dat schoolgeld voor internationale scholen voor schooljaar 2018/2019 dat na 1 januari wordt vergoed onbelast mag blijven als die vergoeding plaatsvindt binnen de oorspronkelijke looptijd van de regeling.

Verhoging arbeidskorting
Door een verhoging van de arbeidskorting gaat werken meer lonen voor mensen met een inkomen tussen de € 20.000 en € 60.000 per jaar.

Verhoging algemene heffingskorting
Door een verhoging van de algemene heffingskorting neemt het besteedbaar inkomen toe van mensen met een inkomen tot € 50.000 per jaar. In de aanloop naar Prinsjesdag heeft het kabinet de heffingskorting in 2019 met €44 extra verhoogd om de koopkracht te verbeteren voor met name lage inkomens en uitkeringsgerechtigden. Dit komt bovenop de verhoging van € 140 uit het regeerakkoord.

Verlaagde btw-tarief naar 9%
Het kabinet betaalt de verlaging van de lasten op arbeid gedeeltelijk door economisch minder verstorende belastingen te verhogen. Zo worden boodschappen iets duurder door een verhoging van het lage btw-tarief van 6 naar 9%. Dit betekent in de praktijk dat boodschappen van €100 in 2019  €2,83 duurder worden. Maar ook met de duurdere boodschappen gaan de meeste mensen erop vooruit in 2019.

Daarnaast verlaagt het kabinet voor de hogere inkomens het tarief van een aantal aftrekposten. Dit geldt bijvoorbeeld voor de hypotheekrenteaftrek en de ondernemersaftrek.

Vergroeningsmaatregelen

Zie ook: Wetsvoorstel Fiscale vergroeningsmaatregelen 2019

Wat vervuilender is voor het milieu wordt zwaarder belast: de belasting op aardgas gaat omhoog, die op elektriciteit omlaag. Verhuurders die huurwoningen energiezuinig verbouwen zullen vanaf volgend jaar in aanmerking komen voor een heffingsvermindering.

Voor wie met de (elektrische) fiets naar het werk wil, wordt het een stuk aantrekkelijker gemaakt een fiets van de zaak te gebruiken door een versimpeling van de fiscale fietsregeling. Bij een inkomen van €35.000 euro en een elektrische fiets van 2000 euro kost dit een werknemer vanaf 2020 minder dan 5 euro per maand.

Afschaffing dividendbelasting en invoering Bronbelasting
Zie ook: Wetsvoorstel Bronbelasting 2020

Het pakket bevat naast de verlaging van de vennootschapsbelasting en de afschaffing van de dividendbelasting ook de invoering van een bronbelasting op dividenden naar laagbelastende jurisdicties en in misbruiksituaties. Zo wordt voorkomen dat Nederland wordt gebruikt voor doorstroomactiviteiten naar belastingparadijzen. Voor het MKB wordt bovendien per 2020 structureel € 100 miljoen beschikbaar gesteld.

Ook constructies die worden opgezet om doelbewust geen belasting te betalen – door geld uit te keren aan aandeelhouders of te schenken aan familieleden – worden aangepakt. Het wordt mogelijk deze belastingschuld te verhalen op bijvoorbeeld aandeelhouders die een winstuitdeling hebben gehad of familieleden die een schenking hebben gekregen, met terugwerkende kracht tot 18 september 2018.

Daarnaast verlaagt het kabinet de verhuurderheffing met structureel € 100 miljoen.

Het tarief in de vennootschapsbelasting wordt voor winsten tot € 200.000 in stappen verlaagd van 20% naar 16% in 2021. Ook voor winsten boven € 200.000 wordt het tarief verlaagd, maar wel minder groot dan in het Regeerakkoord beoogd: het tarief wordt in 2021 22,25% in plaats van 21%. Ook het tarief in box 2 wordt verhoogd, maar 1,6% minder dan voorgesteld in het regeerakkoord: namelijk naar 26,25% in 2020 en 26,9% in 2021.

 

 

 

WETSVOORTEL BELASTINGPLAN 2018

 

Officiële stukken wetsvoorstel Belastingplan 2019

 

In het wetsvoorstel Belastingplan 2019 zijn de volgende wijzigingen opgenomen:

 

INKOMSTENBELASTING

Invoeren tweeschijvenstelsel

Door de geleidelijke invoering van een tweeschijvenstelsel met een basistarief en een toptarief nemen de besteedbare inkomens toe van alle personen met een inkomen vanaf € 20.000 per jaar. Ook wordt het hierdoor minder van belang of een inkomen in een huishouden met één of twee personen wordt verdiend. Het basistarief wordt in 2021 37,05% en het toptarief 49,50%. In 2019 wordt het tarief van de huidige eerste schijf 36,65% en de tweede en derde schijf 38,10%.

 

Bevriezen en in de toekomst minder verhogen van beginpunt van de hoogste tariefschijf

Voorgesteld wordt om het beginpunt van de hoogste tariefschijf gedurende de kabinetsperiode (tot en met 2021) te bevriezen op het niveau van 2018. Doordat het beginpunt van deze hoogste tariefschijf niet wordt geïndexeerd blijft deze schijf gedurende de kabinetsperiode beginnen bij een inkomen van meer dan € 68.507.

 

Tariefmaatregel grondslagverminderende posten

Voorgesteld wordt om met ingang van 1 januari 2020 het tarief waartegen aftrekbare kosten met betrekking tot een eigen woning in aanmerking worden genomen versneld af te bouwen. Voor de volgende grondslagverminderende posten gaat eenzelfde tariefmaatregel gelden:

  • de ondernemersaftrek, bestaande uit de zelfstandigenaftrek, de aftrek voor speur- en ontwikkelingswerk, de meewerkaftrek, de startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid en de stakingsaftrek;
  • de MKB-winstvrijstelling, mits het gezamenlijke bedrag van de met de ondernemersaftrek verminderde winst positief is;
  • de terbeschikkingstellingsvrijstelling, mits het gezamenlijke bedrag van het resultaat uit werkzaamheden positief is;
  • de persoonsgebonden aftrek, op dit moment bestaande uit de uitgaven voor onderhoudsverplichtingen, de uitgaven voor specifieke zorgkosten, de weekenduitgaven voor gehandicapten, de scholingsuitgaven, de uitgaven voor monumentenpanden, de aftrekbare giften, het restant persoonsgebonden aftrek van voorgaande jaren en – op grond van overgangsrecht – verliezen op beleggingen in durfkapitaal.

 

Versoberen voorwaartse verliesverrekening box 2

Voorgesteld wordt om de voorwaartse verliesverrekeningsperiode in box 2 te verkorten van negen naar zes jaar overeenkomstig de versobering van de in het wetsvoorstel Wet bronbelasting 2020 opgenomen voorwaartse verliesverrekening in de Vpb.

 

Verhogen maximum algemene heffingskorting

Door een verhoging van de algemene heffingskorting neemt het besteedbaar inkomen toe van mensen met een inkomen tot € 50.000 per jaar. In de aanloop naar Prinsjesdag heeft het kabinet de heffingskorting in 2019 met €44 extra verhoogd om de koopkracht te verbeteren voor met name lage inkomens en uitkeringsgerechtigden. Dit komt bovenop de verhoging van € 140 uit het regeerakkoord.

 

Maatregelen arbeidskorting en inkomensafhankelijke combinatiekorting

Door een verhoging van de arbeidskorting gaat werken meer lonen voor mensen met een inkomen tussen de € 20.000 en € 60.000 per jaar.

 

Gevolgen pakket box 1 voor de gemiddelde en marginale belasting- en premiedruk

De bedragen voor 2019 zijn geïndexeerd met de tabelcorrectiefactor zoals die geldt voor 2019, te weten 1,012. Bedragen na 2019 staan nog niet vast. De wijzigingen na 2019 zijn deels beleidsmatig en deels het gevolg van indexatie. Voor die indexatie is de geraamde tabelcorrectiefactor van het Centraal Planbureau (CPB) gebruikt.

 

Correctie box 2-tarief

Het kabinet heeft besloten om in afwijking van het regeerakkoord de daarin opgenomen correctie van het box 2-tarief te verzachten om het midden- en kleinbedrijf tegemoet te komen. Vanwege de wijziging van de tarieven in de vennootschapsbelasting wordt voorgesteld het tarief in box 2 te corrigeren van 25% naar 26,9% per 2021 in plaats van naar 28,5%. Dit gebeurt in twee stappen: met ingang van 2020 wordt het tarief met 1,25%-punt verhoogd naar 26,25% en met ingang van 2021 wordt het tarief met 0,65%-punt verder verhoogd naar 26,9%.

 

Toepassing heffingskortingen in de inkomstenbelasting voor buitenlandse belastingplichtigen

Ten aanzien van de heffingskortingen in de inkomstenbelasting voor buitenlandse belastingplichtigen wordt voorgesteld om in de Wet inkomstenbelasting 2001 (Wet IB 2001) op te nemen dat niet-kwalificerende buitenlandse belastingplichtigen die inwoner zijn van een andere lidstaat van de Europese Unie, een staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, Zwitserland of de BES-eilanden7 (de landenkring) in voorkomende gevallen steeds recht hebben op het belastingdeel van de arbeidskorting en van de inkomensafhankelijke combinatiekorting.

 

ZW-uitkering telt niet langer mee voor hoogte arbeidskorting en IACK voor zieken zonder werk

De voorgestelde maatregel is daarmee zowel van toepassing voor mensen met een WW-uitkering die ziek worden als voor mensen die in een vergelijkbare situatie verkeren als zieke WW-gerechtigden: zij zijn ziek en hebben geen dienstbetrekking (meer). Voorgesteld wordt bij deze groepen de ZW-uitkering niet langer te laten meetellen als inkomen dat bepalend is voor de hoogte van de arbeidskorting en de IACK. Het gaat om circa 250.000 ziektegevallen per jaar (ZW-uitkeringen), met een gemiddelde duur van 52 dagen (cijfers 2017).

 

Conserverende aanslag lijfrente en pensioen

De beslissing van de Hoge Raad (HR 14 juli 2017, ECLI:NL:HR:2017:1324) leidt tot compartimentering van de grondslag die bij conserverende aanslag in de heffing wordt betrokken indien in deze grondslag mede uitgaven voor lijfrenteaanspraken, onderscheidenlijk niet tot het loon gerekende aanspraken en bijdragen ingevolge een pensioenregeling, zijn opgenomen die betrekking hebben op de genoemde perioden en sprake is van een exclusieve woonstaatheffing. Deze compartimentering wordt in dit voorstel van wet geregeld.

 

 

LOONBELASTING

Verkorten maximale looptijd 30%-regeling

Zoals vermeld in de eerdergenoemde kabinetsreactie is het voorstel de verkorting van de maximale looptijd van de 30%-regeling per 1 januari 2019 met drie jaar voor zowel de nieuwe als de bestaande gevallen te laten gelden. Er wordt geen enkel overgangsrecht ingevoerd bij de verkorting van de looptijd van de 30%-regeling. Enige tegemoetkoming is dat schoolgeld voor internationale scholen voor schooljaar 2018/2019 dat na 1 januari wordt vergoed onbelast mag blijven als die vergoeding plaatsvindt binnen de oorspronkelijke looptijd van de regeling.

 

Verhogen maxima vrijwilligersregeling

Er wordt voorgesteld met ingang van 1 januari 2019 het plafond van de vrijwilligersregeling te verhogen tot € 170 per maand en € 1700 per kalenderjaar.

 

 

OMZETBELASTING

Verlaagde btw-tarief naar 9%; geen overgangsregeling

Het kabinet stelt voor het verlaagde btw-tarief te verhogen van 6% naar 9%. Daarbij wordt geen aanvullende wetgeving opgenomen voor de overgangssituaties rondom de tariefswijziging.

 

Verruimen Nederlandse sportvrijstelling

Het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport zal per 1 januari 2019 de ontwikkeling, het onderhoud en de instandhouding van sportaccommodaties stimuleren door middel van de inwerkingtreding van de Subsidieregeling stimulering bouw en onderhoud sportaccommodaties door middel van een subsidie voor sportverenigingen en een specifieke uitkering voor gemeenten.

 

 

AWR

Aanpassing van de regeling belastingrente voor de inkomstenbelasting en de erfbelasting

Om aan te sluiten bij het uitgangspunt van de regeling belastingrente voor de inkomstenbelasting wordt voorgesteld om met betrekking tot de erfbelasting te bepalen dat degene die tijdig een verzoek om een voorlopige aanslag doet of tijdig aangifte doet, geen belastingrente in rekening wordt gebracht indien de (voorlopige of de definitieve) aanslag erfbelasting wordt vastgesteld overeenkomstig het ingediende verzoek, onderscheidenlijk overeenkomstig de ingediende aangifte.

 

 

TOESLAGEN

Compensatie (ex-)ondernemers Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004

Naar aanleiding van de daartoe strekkende motie van het Tweede Kamerlid Omtzigt c.s.33 heeft het kabinet besloten te voorzien in een compensatieregeling voor belanghebbenden die toeslag moesten terugbetalen omdat de lening die zij op grond van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (Bbz 2004) van de gemeente ontvingen in de berekeningsjaren 2014, 2015 of 2016 werd omgezet in een ‘bedrag om niet’. De compensatieregeling biedt de betreffende belanghebbenden de mogelijkheid zich te wenden tot de Belastingdienst/Toeslagen. Hun toeslagrecht over het betreffende berekeningsjaar wordt dan op verzoek (opnieuw) toegekend op basis van een toetsingsinkomen waarbij het inkomensbestanddeel dat voortvloeit uit de omzetting van de bijstandslening in een bedrag om niet buiten beschouwing wordt gelaten.

 

 

BES-WETGEVING

Structureel verlagen tarieven algemene bestedingsbelasting Saba en Sint Eustatius

De maximale algemene heffingskorting wordt (na indexatie) verlaagd, het hoge bedrag van de ouderenkorting wordt (na indexatie) verhoogd en de alleenstaande ouderenkorting wordt (na indexatie) verlaagd.

 

Overige wetsvoorstellen pakket Belastingplan 2019

Bron : Taxence