Posted by on

Prive-gebruik auto 500 km per jaar en niet per auto

In 2006 heeft belanghebbende een verzoek tot ‘Verklaring geen privégebruik auto’ aan de inspecteur gevraagd en toegekend gekregen. In de periode 1 januari 2009 tot en met 12 mei 2009 stond er tevens een auto (auto 1) van de werkgever aan belanghebbende ter beschik­king. Auto 1 stond belanghebbende ook in 2008 ter beschikking. In de periode 8 december 2008 tot 5 januari 2009 stond auto 1 bij een garage in verband met schade en belangheb­bende had gedurende deze periode een vervangende auto ter beschikking (auto 2). Vanaf 5 januari 2009 heeft belanghebbende wederom auto 1 tot zijn beschikking. Voor de periode 5 januari 2009 tot en met 12 mei 2009 heeft belanghebbende een sluitende kilometeradminis­tratie bijgehouden voor auto 1 waaruit blijkt dat er 149 kilometer privé is gereden met auto 1. Belanghebbende had in de periode 13 mei 2009 tot 10 juli 2009 geen auto van de werkgever ter beschikking. Vanaf 10 juli 2009 heeft de werknemer wederom een auto van de werkgever ter beschikking (auto 3) waarvoor belanghebbende de inspecteur heeft verzocht de ‘Verklaring geen privégebruik auto’ in te trekken.
Voor de periode januari 2009 tot en met 12 mei 2009 heeft de inspecteur een naheffingsaan­slag opgelegd. Belanghebbende heeft tegen deze aanslag bezwaar aangetekend, welke is afgewezen. Het verwijzingshof heeft uiteindelijk uitspraak gedaan in deze casus. Belanghebbende is van mening dat hij over de gestelde periode van de naheffingsaanslag geen voordeel heeft geno­ten omdat hij minder dan 500 kilometer privé heeft gereden met auto 1. Het hof bevestigt, dat ongeacht het aantal ter beschikking gestelde auto’s, de grens van 500 kilometer geldt per ka­lenderjaar en niet per auto. In casu betekent dat, indien voor de later ter beschikking gestelde auto 3 wel een bijtelling plaatsvindt in verband met meer dan 500 kilometer privégebruik, er ook een bijtelling toegepast moet worden voor auto 1. De 500 kilometer privégebruik moet derhalve in zijn geheel worden bezien.
Bron : Hof s-Hertogenbosch 21 maart 2014, ECL:NL:GHSHE:2014:797)